🇬🇧 🇳🇱 🇫🇷 ℹ️

BeLibre

Digitale Autonomie

BeLibre

Traiteur Mike en de lettersoep

Kleine Pia geniet van haar lettersoep (AI gegenereerd)

Vlak nadat we op de wijk kwamen wonen, ontdekten we slagerij Mike en zonen. Naast gewoon lekker vlees, specialiseerden ze in de lekkerste kant-en-klaar maaltijden. Net zoals bij vele anderen, komen die bereide maaltijden als een welkome verlichting na een zware werkdag. Voor mij en Magda, intussen zeven maand zwanger, geeft ons dat nét dat beetje meer rust. Bovendien zijn de maaltijden spotgoedkoop. Het enige nadeel: de maaltijden zijn enorm populair. Soms moeten we wel een half uur aanschuiven voor de maaltijden.

Op een dag doet Mike een aanbod dat te mooi is om af te slaan: We leveren de maaltijden aan huis, warm en klaar om op te eten. Niet meer aanschuiven in de winkel, geen avonden achter het fornuis. We tekenen in op het aanbod, en genieten van de vrijgekomen tijd met elkaar en later ook met ons dochtertje Pia.

Wat volgt, is precies zoals beloofd: Elke dag een lekkere maaltijd, veel variatie en regelmatig nieuwe dingen om te ontdekken. Zelfs voor Pia wordt een aangepast aanbod voorzien, en als ze vier maand oud is, worden er fruit- en groentenpapjes meegeleverd. De maaltijden groeien mee, en steeds vaker ontdekken we dat de keuken alleen nog gebruikt wordt als berging en voor water. De pompoensoep met lettertjes die ze op haar derde verjaardag kreeg, maakte haar dag goed: trots als een gieter spelde ze haar eigen naam in de soep. Daarna was de soep nog eens zo lekker.

# De keuken verdwijnt

Op haar elfde verjaardag vraagt Pia zich af waarvoor die verstofte keuken dient. Ze heeft geen idee wat dat fornuis is, of waar die metalen potten en pannen voor dienen, op het aanrecht staan dozen met te klein geworden kinderkleertjes. En opeens daagt het: dit is verloren ruimte. Samen met Magda gaan we plannen maken, en beslissen dat een veranda veel interessanter zou zijn. De buren maakten er een speelkamer van voor hun kinderen. De overburen toverden de ruimte om tot een schilderatelier.

Als op het hoekhuis ook weduwe Jeanne komt te sterven, glimlachen de mensen meewarig als de zware gietijzeren kookpotten op de afvalcontainer gaan. De zielige kromme worteltjes en vlekkerige aardappelen in haar tuin krijgen blikken van afkeer: Wie wil er nu zo’n zielige groenten eten, laat staan ze nog zelf uit de grond halen? De nieuwe bewoners frezen de tuin om en poten er een schommel en een pergola neer.

Maar er verandert meer: De groentewinkel verdwijnt, en Mike sluit ook zijn slagerij om zich volledig toe te leggen op de thuislevering. In de supermarkt worden de voedselschappen gevuld met snacks, gezelschapsspellen en schildersets. Koken is - net als paardrijden en kantklossen - een niche hobby geworden. Koken is iets wat de traiteur doet. En dankzij de schaalvergroting is dat veel efficiënter dan al die aparte keukentjes.

# De toon verandert

Pia is intussen twintig en heeft in haar hele leven nooit gekookt. Als ze het huis uit gaat, kiest ze natuurlijk voor een huis met een extra grote warmhoud-brievenbus. Zo hoeft ze niet meteen te eten als de traiteur komt leveren, en kan ze rustig eerst even haar taken afwerken.

Gisteren kregen we een brief: De grondstoffen zijn duurder geworden, traiteurs moeten uit het buitenland aangetrokken worden want we vinden ze niet meer in eigen land. Dus de prijs gaat omhoog. Wie maaltijden zonder bepaalde allergenen wil, betaalt hiervoor een supplement, want daar is aangepast werk voor nodig. De levering, eerst inbegrepen, verschijnt als aparte lijn op de factuur. Een jaar later is het woord “tijdelijk” stilletjes uit de communicatie verdwenen.

Bij elke maaltijd zit voortaan het passende gerei: chopsticks bij het Aziatische gerecht, een vismes bij de vis, een steakmes of een smeermes naargelang het menu. Mooi meegenomen, en afwassen hoeft niet, want het gerei wordt de volgende dag opgehaald. Die service geldt voor iedereen, dus de prijs stijgt opnieuw, ook voor wie er niet om vroeg. En ben je een mes of vork kwijt, dan wordt die de volgende dag doorgerekend.

Omdat we vijfentwintig jaar trouwe klant zijn, krijgen we de kans om ons bestaande contract voor twee of vijf jaar te verlengen zonder prijsverhoging. Vijfentwintig pagina’s juridische lettersoep zitten bij ons voedselpakket van vandaag. Met op de laatste pagina een post-it stickertje met de tekst: “teken hier”.

# De klant wordt grondstof

Intussen heeft er niemand meer een keuken in onze gemeente, en breidde Mike zijn bedrijf uit over het hele land. Ook in de grensregio van Nederland en Frankrijk begint de vraag naar Mikey-meals te groeien. Het is al lang Mike niet meer, die de maaltijden bereidt of bezorgt, hij heeft intussen een paar duizend werknemers in dienst. Doorheen de jaren, heeft het bedrijf ook al een pak info verzameld: wat we eten, wanneer, hoeveel, welke allergieën er spelen, op welke dagen er extra borden nodig zijn, wanneer er een baby geboren werd, …

Die kennis verkoopt hij door aan de traiteurs in de buurlanden, zodat ook zij weten welke formules werken. Hij gebruikt de bestelpatronen om afwijkingen op te sporen. Een huishouden dat plots voor twee extra personen bestelt, verraadt dat er bezoekers zijn. Die informatie is geld waard. Reisbureaus kopen ze om net die huizen met een folder te bereiken. Een farmabedrijf betaalt om bij elke zoutarme maaltijd een flyer voor zijn supplementen te steken, want wie zoutarm eet, heeft vermoedelijk een aandoening die commercieel interessant is. Verzekeraars betalen een premium om te weten wie vaak extra wijn bij de maaltijden bestelt.

# Het eten zelf

En dan begint, langzaam, het eten te veranderen. De porties worden iets kleiner. De vis maakt vaker plaats voor iets goedkopers. De verse groenten komen uit blik. Niets wat je hard kunt maken, en de prijs blijft gelijk, maar de maaltijd van vandaag is niet meer die van tien jaar geleden. Toen ik hier onlangs vragen over stelde, ontkende men dat de kwaliteit achteruit gegaan was. Een aantal subtiele verschillen waren het gevolg van verdere schaalvergroting, maar labtesten wijzen systematisch uit dat de voedingswaarden er alleen maar op vooruit gegaan zijn.

Klagen heeft weinig zin, want er is geen alternatief meer om mee te vergelijken.

# Terug naar af kan niet

Laatst kwam Pia bij ons thuis vragen: “Zeg, dat koken-ding waar jullie vroeger zo over klaagden? Hoe ging dat eigenlijk? Zou je me dat kunnen leren?” Ze begint Mikey-meals langzaamaan beu te raken. Er komt geen voedselpakket meer binnen, of ze is vergezeld van evenveel reclame-rommel. Toen ze informeerde over het stopzetten van haar contract, kreeg ze te horen dat er een verbrekingsvergoeding moest betaald worden die het equivalent is van twee jaar lang blijven nemen van de maaltijden.

Ik haal mijn schouders op, verslagen, en zucht: “We hebben geen keuken meer, geen fornuis, ik heb geen idee waar we aan ingrediënten zouden raken en onze kookpotten zijn intussen al meer dan vijfentwintig jaar in gebruik als bloempot. We zitten vast, aanvaard het. En weet je… zo slecht is dat eten ook niet.” De strijdlust flikkert in Pia’s ogen: “ABSOLUUT NIET!” brult ze, “ik heb het gehad met die afzetters! Weet je dat ze nu een wet willen stemmen die verbiedt om nog keukens in huizen te installeren? Ik pik het niet langer, be the change you want to see!”

Pia vertelt hoe ze laatst bij de bewoners van het vroegere huis van Jeanne op bezoek was. In de kelder stond nog een achtergebleven kast van Jeanne waarin een hoop zaaigoed zat: tomaat, komkommer, courgette, pompoen, meloen en sla. Er lag ook een boek over tuinieren, waarmee Pia aan de slag gegaan is. In een verloren hoekje van haar tuin, heeft ze een moestuintje aangelegd en het eerste groen lijkt al boven te komen. Ze start een beweging met andere jongeren die ook interesse hebben en al vlug sluiten er ouders en grootouders aan - sommigen hielden er in alle stilte ook een klein moestuintje op na. Marcel had zelfs een appelboom in zijn tuin en Aicha had die worteltjes van Jeanne blijven kweken. Blijkbaar is er toch een jongere generatie die wél houdt van guerrilla gardening. Eens per week komt de groep in alle stilte samen en Pia liet me proeven van een héérlijk vers (maar schots en scheef) worteltje. Meteen komen er herinneringen uit mijn kindertijd boven… Als Aicha en Marcel bovendien een camping-vuur vinden, ruikt het binnen de kortste keren heerlijk naar dampende pompoensoep in de straat. Het zakje lettervermicelli maakt de soep helemaal af. Da’s iets dat we al jaren niet meer in de soep gezien hadden!

Als de marketing dienst van Mikey-meals merkt hoe in onze gemeente opeens 200 opzeggingen gebeuren, lanceert het bedrijf hier twee campagnes: een “welkom terug” promotie biedt klanten die hun contract opzegden, de eerste 3 maand gratis maaltijden aan als ze een nieuw contract tekenen. Het tweede wat gebeurt, is dat de milieudienst van de stad een aantal bodem-analyses uitvoert die aangeven dat het gevaarlijk is om te tuinieren in de grond van de gemeente. De helft van de afhakers kiest het zekere voor het onzekere en gaat terug voor de potjesvoeding.

Samen met Marcel en Aicha, probeert Pia opnieuw een voedingszaak op te starten om te concurreren met Mike en een vers alternatief aan te bieden. Natuurlijk kunnen ze bijlange na niet tippen aan de prijzen van Mikey-meals, maar da’s ook hun bedoeling niet. Ik hoop dat hun bedrijf stand houdt, want de concurrentie is moordend en Pia heeft misschien wel wat vrienden in het stadsbestuur maar moet ook opboksen tegen de nationale overheden.

# Wat dit verhaal vertelt

Dit verhaal beschrijft drie mechanismen die in de digitale wereld dagelijks spelen.

Het eerste is vendor lock-in: de afhankelijkheid die ontstaat wanneer de uitweg verdwijnt. De keuken die wordt uitgebroken, de groenteboer die sluit, de kinderen die nooit leerden koken, het profiel dat je niet meekrijgt. Geen van die stappen was onredelijk op het moment zelf. Samen maken ze vertrekken praktisch onmogelijk. Vervang de keuken door eigen IT-capaciteit, het bestek door propriëtaire bestandsformaten, het profiel door jouw data in andermans systeem, en de buurtwinkels door een lokale markt van dienstverleners die is weggeconcurreerd.

Daarnaast is er data-harvesting, waarbij de gegevens die een onderneming binnen krijgt bij het uitvoeren van haar activiteiten, gebruikt worden om - al dan niet geanonimiseerd - doorverkocht te worden aan externe partijen. Als een bedrijf bovendien verkocht wordt aan een buitenlandse onderneming, zal deze ook onderworpen zijn aan de wetgeving van dat land. Zo zijn Amerikaanse bedrijven onderworpen aan bijvoorbeeld de CLOUD Act en FISA, waardoor veiligheidsdiensten het recht hebben gegevens te vorderen. Als een bedrijf dus veel informatie over haar klanten verzamelt, kan er ook veel meer informatie gevorderd worden. Je vraagt je misschien af waarom dit ertoe doet. Die vraag wordt pas relevant als iets uit je verleden opeens strafbaar wordt, of gebruikt kan worden om groepen te profileren.

Het laatste is enshittification, het patroon waarbij een dienst in fasen verslechtert. Eerst is de dienst goed en goedkoop, om klanten binnen te halen. Zodra de klanten vastzitten, verschuift de waarde van de klant naar wie voor toegang tot die klant betaalt: de adverteerder, de datakoper, de partner. Ten slotte wordt ook de dienst zelf uitgehold, omdat er toch niemand meer weg kan. De brief over de grondstoffen, de flyer bij de zoutarme maaltijd en de krimpende porties zijn die drie fasen, in volgorde.

De les is niet dat uitbesteden fout is. De traiteur leverde jarenlang goed en betaalbaar eten, en niemand hoeft per se zelf te koken. De les is dat de prijs van een dienst niet alleen op de factuur staat. De werkelijke vraag bij elke afhankelijkheid is dezelfde: wat kost het om weg te gaan, en wie controleert dat antwoord? Wie die vraag pas stelt op het moment dat de brief in de bus valt, stelt ze twintig jaar te laat.