Stel je voor dat ’s ochtends de gemeente niet meer weet wie er recht heeft op sociale steun. Dat het ziekenhuis geen patiëntendossiers meer kan raadplegen. Dat de politie haar communicatiesystemen kwijt is. Niet door een aanval, maar simpelweg omdat één Amerikaans bedrijf ergens ver weg een technische storing heeft, de prijs verhoogt, of plots de toegang weigert.
Klinkt vergezocht? Minder dan je denkt. Maar dit artikel gaat niet over angst. Het gaat over wat er mogelijk is als je bewuste keuzes maakt.
Een bezorgdheid die een naam gekregen heeft
De zorgen zijn niet nieuw. Toen Edward Snowden in 2013 onthulde dat de NSA via grote Amerikaanse techbedrijven op ongeziene schaal data verzamelde over burgers wereldwijd, was de verontwaardiging groot. Maar daarna zakten de schouders weer. Te technisch, te ver weg, te moeilijk om iets aan te doen.
Wat er de voorbije jaren veranderd is, zijn niet de feiten. Die waren er al. Wat veranderd is, is de geopolitieke context. De recente machtswissel in de VS en de koerswijziging die daarop volgde maakten op pijnlijke wijze duidelijk dat vertrouwen in een verre bondgenoot geen digitaal beleid vervangt. En het gaat breder dan één land: ook vanuit andere werelddelen groeit de technologische assertiviteit op een manier die Europa raakt.
Het goede nieuws? Steeds meer mensen, bedrijven en overheden beginnen te handelen.
Een beweging ontstaat
Precies een jaar geleden richtten wij BeLibre op, als Belgische denktank voor digitale soevereiniteit: de vraag wie eigenlijk de controle heeft over onze digitale infrastructuur en gegevens, en hoe we die controle terugwinnen.
We begonnen als een kleine community van techliefhebbers en experts. Vandaag verzamelden we al 81 personen in onze community, spreken we met journalisten, beleidsmakers en bedrijven, doen we volksonderzoek en ondersteunen we groepen die open source evenementen organiseren. We waren te gast op evenementen zoals NewLine Gent en bij Beltug, en binnenkort ook op sustain.brussel. Ons technisch onderzoek via belibre.be/map bracht voor het eerst systematisch in kaart hoe diep de afhankelijkheid gaat bij Belgische overheden, ziekenhuizen, scholen en banken, en waar de kansen liggen om het anders te doen.
De situatie in België
Bijna 85% van de federale overheidsinstellingen en ruim 91% van de Vlaamse publieke diensten gebruikt Microsoft voor hun e-mail. Bij steden en gemeenten loopt dat op tot bijna 98%. Politie, ziekenhuizen, brandweer, scholen, banken, kranten: overal hetzelfde patroon. Dat is geen aanklacht tegen één bedrijf. Microsoft levert degelijke producten, en de keuzes zijn historisch begrijpelijk. Maar wie alles in één mand legt, maakt zichzelf kwetsbaar. De vraag is niet of het vandaag goed werkt. De vraag is of we morgen nog zelf aan het stuur zitten.
Cybersecurity-expert Jan Guldentops illustreerde onlangs hoe concreet die kwetsbaarheid kan zijn. Hij hielp een stel mensen dat na een upgrade naar Windows 11 plots geen toegang meer had tot hun eigen computer, omdat Microsoft hen had buitengesloten van hun online account. Ze raakten niet alleen hun e-mail kwijt, maar ook hun volledige digitale leven stond stil. Guldentops kon de pc technisch redden, maar het e-mailaccount bleef geblokkeerd. Zijn conclusie was scherp: “Ze worden tegelijkertijd gedwongen om alles digitaal te doen, maar zijn daarin overgeleverd aan een leverancier die niet bezig is om hun digitale leven makkelijker te maken.” Dat is de menselijke kant van afhankelijkheid. En wat voor kwetsbare burgers geldt, geldt in grotere mate voor overheden die hun volledige werking op één extern platform hebben gebouwd.
Drie dimensies verdienen aandacht. Vertrouwelijkheid: Amerikaanse bedrijven vallen onder extraterritoriale wetten die hen in bepaalde omstandigheden verplichten data te delen met de overheid of inlichtingendiensten, ook als die data in Europa staat. Integriteit: wie niet over zijn eigen software beschikt, heeft geen garantie dat de informatie die hij te zien krijgt ongewijzigd is. AI-systemen die vandaag in kantooromgevingen geïntegreerd zijn, kunnen met elke update subtiel verschuiven in hoe ze informatie filteren of presenteren, zonder dat je het merkt. Beschikbaarheid: een enkele cloudprovider die uitvalt, zorgt voor een cascade die een heel land kan lamleggen.
Beltug, het Belgische netwerk van CIO’s en digitale leiders, trok eind 2025 samen met gelijkaardige organisaties uit Frankrijk, Nederland en Duitsland aan de alarmbel. Zij schatten de digitale afhankelijkheidskost voor Europa op 264 miljard euro per jaar, met het risico dat dit zonder bijsturing oploopt tot 500 miljard euro tegen 2032. Als zelfs de grote IT-beslissingsnemers dit signaal geven, is het tijd om te luisteren.
“Soevereine cloud”: een belofte met een asterisk
Microsoft en andere grote cloudproviders zijn zich bewust van de Europese bezorgdheid. Ze bieden dan ook “soevereine cloud”-oplossingen aan: Europese datacenters, Europese beheerders, contractuele garanties. Het klinkt geruststellend.
Maar in juni 2025 werd Microsoft France onder ede ondervraagd door de Franse Senaat, in het kader van een enquête over overheidsaanbestedingen en digitale soevereiniteit. De vraag was direct: kan Microsoft garanderen dat data van Franse burgers nooit zonder toestemming van de Franse overheid aan de Amerikaanse autoriteiten wordt overgedragen? Het antwoord van de directeur publieke en juridische zaken was even direct: “Nee, dat kan ik niet garanderen.”
De reden is juridisch en structureel. Onder druk van de Amerikaanse CLOUD Act kan Microsoft verplicht worden om klantgegevens over te dragen aan de Amerikaanse autoriteiten, zelfs als deze zijn opgeslagen in datacenters binnen de Europese Unie. Privacy-experten waarschuwen dat Amerikaanse providers geen honderd procent soevereiniteit kunnen bieden, en volgens de letter van de wet is dat correct.
Dit is geen kwestie van kwade trouw. Het is een structureel probleem: een bedrijf dat onder Amerikaans recht valt, kan nu eenmaal geen volledig Europese rechtszekerheid bieden, ongeacht hoeveel contractuele garanties het aanbiedt. Soevereiniteit is uiteindelijk een juridisch concept, geen technisch label dat je op een product kunt plakken.
Niet alles zelf uitvinden – maar samen bouwen
BeLibre pleit niet voor digitaal isolationisme. Internationale samenwerking is een hoeksteen van onze economie en samenleving, en dat geldt ook voor digitale infrastructuur. Het punt is niet dat we alles zelf moeten bouwen, maar dat we zelf moeten kunnen kiezen met wie we samenwerken, en onder welke voorwaarden.
Precies daar biedt vrije en open source software een sleutel. Open source betekent dat de broncode van software openbaar beschikbaar is: iedereen kan ze lezen, controleren, aanpassen en hergebruiken. Dat klinkt technisch, maar de gevolgen zijn heel praktisch. Een overheid die open source-software gebruikt, is niet afhankelijk van de goodwill van één leverancier. Ze kan overstappen zonder alles te verliezen. Ze kan samenwerken met andere overheden om kosten te delen. En ze kan de code laten auditen om zeker te zijn dat er geen verborgen deurtjes in zitten.
Dat is ook hoe het in de praktijk werkt. Schleswig-Holstein migreerde in zes maanden haar volledige e-mailsysteem naar open source-alternatieven, ruim 40.000 mailboxen inclusief meer dan 100 miljoen e-mails en agenda-items. Frankrijk bouwt aan “La Suite Numérique”, een eigen reeks open source-tools die Microsoft en Google moeten vervangen voor miljoenen ambtenaren – en doet dat in samenwerking met Duitsland en andere Europese landen, die dezelfde bouwblokken hergebruiken. Amsterdam stemde unaniem voor een plan om digitaal onafhankelijker te worden en zoekt nu actief een alternatief voor cloudplatform Azure.
Europa beweegt, en het loont
De businesscase is inmiddels aangetoond. De besparing voor Schleswig-Holstein bedraagt meer dan 15 miljoen euro per jaar voor een eenmalige investering van 9 miljoen. Terugverdientijd: minder dan een jaar. Publiek geld dat in de eigen economie blijft, in plaats van te verdwijnen naar een aandeelhouder ver weg. Maar niet alleen de noorderlijke regio van Duitsland zet stappen. De Duitse overheid legt het open ODF-bestandsformaat op als verplicht voor alle Duitse overheden.
De Franse minister formuleerde het doel bondig: een einde maken aan het gebruik van niet-Europese oplossingen en de veiligheid en vertrouwelijkheid van publieke digitale communicatie garanderen. Ook de stad Lyon, de Deense overheid en het Internationaal Strafhof kozen het voorbije jaar voor open source. Er groeit een Europese beweging. België kan daarin een rol spelen.
Als 20% van het cloudbudget dat nu naar de VS vloeit, in Europa zou blijven, verdubbelt het Europees digitaal investeringsvermogen. Dat is niet alleen goed voor de overheid. Het is goed voor Europees ondernemerschap, voor IT-talent dat hier een toekomst kan bouwen, en voor een digitale economie die onze eigen waarden weerspiegelt.
Als het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden haar big-tech bedrijven eraan herinnert dat de overheid inzagerecht behoudt in haar infrastructuur… is dat een openlijke stellingname waar we als Europa niet naast kunnen kijken. We lanceerden hierover ook een persnota met BeLibre.
NerdVote.be: zijn onze politici er klaar voor?
Om te weten of er politieke wil is, lanceerden we NerdVote.be. Het concept: net zoals in Nederland digitale experts via gerichte mobilisatie van kiezers toch verkozen raakten, wilden we ook in België partijen uitnodigen hun digitale kopstukken naar voren te schuiven.
We schreven alle grote partijen aan in november 2025 en opnieuw in februari 2026, vlak na FOSDEM, het grootste open source-evenement ter wereld, dat elk jaar in Brussel plaatsvindt. We belden de partijbureaus na. De vraag was eenvoudig: wie is uw expert voor digitale soevereiniteit, privacy en cyberveiligheid?
Van alle partijen die in ons parlement zetelen, reageerde er één: CD&V-parlementslid Stijn De Roo nam de tijd voor een inhoudelijk gesprek. De rest bleef stil. Toevallig, botsten we ook net op het Mastodon account van Volt Europa.
Dat is geen reden voor cynisme, maar wel voor alertheid. Het thema is nieuw voor velen, en BeLibre wil precies die brug helpen bouwen: tussen technische expertise en politieke besluitvorming. Maar daarvoor hebben we ook politici nodig die de deur opendoen.
Document Freedom Day: vrijheid begint bij open formaten
We vieren deze verjaardag op Document Freedom Day, de jaarlijkse dag ter ere van open bestandsformaten en open standaarden. Dat is geen toeval.
Digitale vrijheid begint bij concrete, dagelijkse vragen: kan jij jouw eigen documenten lezen zonder afhankelijk te zijn van één specifiek betaalprogramma? Kan jouw gemeente haar archieven over twintig jaar nog raadplegen? Worden jouw gegevens bewaard in een formaat dat niemand in gijzeling houdt? Bepaalt de software die jij dagelijks gebruikt straks ook mee wat je mag schrijven, delen of zien?
Open source software biedt hier een antwoord op: transparante technologie die door iedereen gecontroleerd, verbeterd en hergebruikt kan worden. Niet als ideologische stellingname, maar als concrete, werkbare keuze die overheden geld bespaart, burgers beschermt en Europa sterker maakt.
Wat nu?
BeLibre bestaat één jaar. Beltug stelt vast dat steeds meer CIO’s zich vragen stellen over afhankelijkheid van niet-Europese dienstverleners en intensiever op zoek gaan naar Europese alternatieven. Dat bewustzijn groeit, ook in België. Het heeft nu ook stem en gezicht nodig: in de media, in de politiek, in de gemeenteraad en in jouw organisatie.
Dit is een verhaal van hoop. De technologie bestaat. De voorbeelden bestaan. De gemeenschap groeit. Wat nu telt, is de wil om te kiezen.
Doe mee. Denk mee. Praat erover.
🕯️belibre.be 🕯️ Matrix chat 🕯️ Mastodon 🕯️